Alvleesklierkanker

Bij alvleesklierkanker zit er een kwaadaardige tumor in de alvleesklier. Er bestaan verschillende vormen van alvleesklierkanker, afhankelijk van het type weefsel waaruit de tumor is ontstaan. De meest voorkomende vorm is kanker van de afvoerbuisjes, ook wel adenocarcinoom genoemd. In de meeste gevallen zit deze tumor in de kop van de alvleesklier, ook wel ‘pancreaskopcarcinoom’ genoemd.

Omdat alvleesklierkanker een agressieve kankersoort is, komt het helaas vaak voor dat de tumor vanuit de alvleesklier doorgroeit naar organen, weefsels en bloedvaten in de buurt van de alvleesklier. Ook kunnen er bij alvleesklierkanker uitzaaiingen voor komen. Een alvleeskliertumor kan uitzaaien naar het buikvlies of lymfeklieren in de buik. Uitzaaiingen worden ook verspreid via de bloedbaan naar bijvoorbeeld de lever of de longen.

Risicofactoren

Per jaar hebben krijgen in Nederland ongeveer 2.000 mensen te horen dat zij alvleesklierkanker hebben. De aandoening komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en het overgrote deel van de patiënten is ouder dan 60 jaar. Het is moeilijk om een duidelijke oorzaak van alvleesklierkanker aan te wijzen. Er zijn wel een aantal risicofactoren die een rol kunnen spelen. Het is bekend dat rokers een verhoogde kans op alvleesklierkanker hebben. Verder is er een verhoogde kans op een alvleeskliertumor bij een chronische ontsteking van de alvleesklier. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan na veel alcohol drinken. Ook zijn er aanwijzingen dat in enkele gevallen een erfelijke aanleg aanleiding kan geven tot alvleesklierkanker.

Klachten alvleesklierkanker

Vaak is een tumor al langere tijd in de alvleesklier aanwezig voordat u daar iets van merkt. De klachten merkt u meestal pas wanneer de tumor is doorgegroeid naar andere organen. Dit zijn organen als de galweg, waardoor geelzucht ontstaat. De klachten zijn afhankelijk van de plaats en de grootte van de tumor in de alvleesklier.

Veel voorkomende klachten zijn:

  • Geelzucht (door slechte galafvloed doordat de tumor de galweg dichtdrukt).
  • Gewichtsverlies.
  • Verminderde eetlust en misselijkheid.
  • Zeurende pijn in de buik en/of rug.
  • Vermoeidheid en lusteloosheid.