Herniaoperatie

Als uw hernia niet vanzelf overgaat, dan kunt u worden verwezen naar de neurochirurg. Deze kijkt of een operatie de juiste behandeling voor u is. Dit doet hij op basis van een gesprek met u en met aanvullend onderzoek, zoals een MRI- of CT-scan. 

De herniaoperatie vindt plaats onder algehele narcose. Dit betekent dat u volledig verdoofd wordt en de operatie niet bewust meemaakt.

Een hernia is een uitstulping van de tussenwervelschijf die op uw zenuw drukt. Tijdens de operatie wordt de uitstulping van de tussenwervelschijf eruit gehaald. Er zijn nog voldoende tussenwervelschijven over om het niet meer meedoen van één schijf in uw bewegingen op te vangen.  

Na de operatie is het normaal dat u na nog pijn heeft, vooral in uw rug en soms in uw benen. De pijn komt doordat uw beknelde zenuw tijd nodig heeft om te herstellen. Dit kan enkele dagen, maar soms ook maanden duren. U krijgt na de operatie oefeningen en moet begeleidt worden door een fysiotherapeut.