Doorgaan naar hoofdinhoud

Bronchopulmonale dysplasie, behandeling

Door de huidige technieken kunnen we Bronchopulmonale dysplasie (BPD) steeds meer voorkomen en gelukkig ook beter behandelen. De behandeling bestaat, afhankelijk van de ernst van de BPD, uit verschillende onderdelen.

Doordat de longen vatbaarder worden voor ontsteking, kan eventueel een ontstekingsremmer worden gegeven: Pulmicort. Dit is een heel licht hormoonpreparaat dat ontstekingen voorkomt. Het wordt met behulp van een spray-apparaat toegediend. De dosering waarin het wordt gegeven, geeft vrijwel geen bijwerkingen. Verder kunnen ‘plasmedicijnen’ worden voorgeschreven en passen we op met teveel vocht, zodat minder vocht in de longen lekt. Veelal lukt het om voor ontslag al het medicijngebruik te stoppen. Een enkele keer is het nodig om met zuurstof naar huis te gaan.

Het is verder van belang dat deze kinderen goed blijven groeien, zodat de longen kunnen herstellen. Nieuwe longblaasjes worden tot het zesde levensjaar aangemaakt. Omdat ademhalen bij baby’s met BPD extra energie kost, kan het zijn dat ze slechter drinken. Dit wordt goed in de gaten gehouden. Een enkele keer gaat een baby met sondevoeding naar huis. Baby’s met BPD blijven met name in het eerste jaar gevoeliger voor luchtweginfecties.

Meer informatie vindt u in de folder, die u via deze pagina kunt downloaden.

Om franciscus.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid