Onderzoeken

Wanneer u zelf een afwijking in uw borst hebt ontdekt of als u bent doorverwezen vanuit het bevolkingsonderzoek kan in het ziekenhuis aanvullend onderzoek plaatsvinden om te kijken of er sprake is van een goedaardige of kwaadaardige borstaandoening. Lees hieronder meer over deze onderzoeken:

  • Mammografie
  • Echografie
  • Biopsie of puntie
  • MRI

Mammografie

Bij een mammografie wordt er een röntgenfoto van de borsten gemaakt. Hierbij worden uw borsten samengedrukt tussen twee kunststof platen. Om een goede afbeelding te krijgen is het nodig om de borsten aan te drukken. Dit kan een pijnlijk gevoel geven. Er worden verschillende foto’s gemaakt, meestal van beide borsten twee foto’s: van opzij en bovenaf. Op een mammografie zijn de verschillende weefsels in de borst te zien, zoals het vet- en klierweefsel.

Het onderzoekt vindt plaats op de afdeling Radiologie. De radiodiagnostisch laborant voert dit onderzoek uit. Het maken van een mammografie duurt 20 tot 30 minuten. Bent u zwanger of weet u niet zeker of u zwanger bent? Neem dan van tevoren contact met ons op. Het is niet verstandig uw ongeboren baby aan de straling bloot te stellen.

Echografie

Een echografie wordt gemaakt om gericht naar een afwijking in de borst te zoeken die zichtbaar is op de mammografie of voelbaar is door u of uw arts. Met een apparaatje dat geluidsgolven uitzendt en weer opvangt, tasten we de huid van de borst en oksel af. Om een goed beeld te krijgen, smeren we de huid in met gel.

Dit onderzoek is niet pijnlijk en niet risicovol voor zwangere vrouwen. Het onderzoek vindt plaats op de afdeling Radiologie. Een echografie wordt gemaakt door de radioloog en een radiodiagnostisch laborant. Het maken van een echografie duurt 20 tot 30 minuten. Een echografie is altijd een aanvullend onderzoek en kan nooit de mammografie vervangen.

Via een echografie worden normale en afwijkende structuren in uw borst en soms ook in uw oksel in beeld gebracht. Bij een afwijkende structuur wordt meestal tot een punctie of biopt besloten.

Biopsie of punctie

Bij een punctie of biopsie wordt er met een naald kleine stukjes weefsel uit uw borst weggenomen. Dit weefsel wordt later onderzocht op de aanwezigheid van goedaardige of kwaadaardige cellen. Dit kan nodig zijn om een juiste diagnose te stellen.

Punctie

Bij een punctie wordt het gezwel met een dunne naald aangeprikt. Via de naald worden cellen uit het gezwel opgezogen. Dit is niet pijnlijk en vindt daarom zonder verdoving plaats. Bij een punctie is de uitslag op dezelfde dag al bekend.

Biopsie

Bij een biopsie wordt een klein ‘pijpje’ met weefsel uit het gezwel gehaald via een holle naald. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving, omdat de naald vrij dik is. Eerst wordt met een echografie (of een mammografie) de plaats van het gezwel bepaald. Vervolgens maakt de arts een klein sneetje in de huid en brengt de naald in. Direct hierna volgt de eigenlijke punctie. Dat duurt slechts enige seconden en is iets gevoelig. Op het moment van de punctie hoort u een 'klik'. Dit wordt veroorzaakt door het instrumentje dat op de naald wordt geplaatst.

Een punctie of biopsie wordt uitgevoerd door de radioloog samen met een radiodiagnostisch laborant en duurt 30 tot 45 minuten. Soms is het nodig om voor dit onderzoek een aparte afspraak te maken. Dit kan het geval zijn als u anti-stollingsmedicatie gebruikt, zoals sintromitis, acenocoumarol, marcoumar, clopidogrel of plavix. Als er een biopt is verricht, vindt het diagnosegesprek plaats zodra de weefseluitslag bekend is (ongeveer binnen 3 dagen).

MRI

In sommige gevallen wordt van uw borst een MRI-scan gemaakt. MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging. Met een magneetveld en radiogolven maakt een computer een drie dimensionaal beeld van uw borst. Een MRI-scan van de borst wordt gebruikt als de mammografie en de echografie geen duidelijk beeld geven of lastig te beoordelen zijn. De scan wordt gebruikt voor het exact beoordelen van de plaats en de grootte van de tumor en eventuele uitzaaiingen.

Een MRI is altijd een aanvullend onderzoek, er wordt gestart met een mammografie. Het wel of niet kunnen maken van een MRI hangt soms samen met de menstruele cyclus, bij voorkeur vindt een MRI plaats tussen dag 7 en 14 van de menstruele cyclus.

Een MRI-scanner bestaat uit een beweegbare tafel waarop u op uw buik gaat liggen. U wordt zo in een soort tunnel geschoven. Binnenin het apparaat is de tunnel omgeven met magneten. Tijdens het onderzoek krijgt u eventueel via een infuus contrastvloeistof toegediend. De vloeistof maakt uw organen en bloedvaten beter zichtbaar op de scan.

Let op: tijdens een MRI is het prettig als u een wit t-shirt draagt. De magneten in de scan maken veel lawaai tijdens het onderzoek, schrikt u hier niet van.

Om franciscus.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid