Natuurlijke bevalling

Bekijk onze korte film over natuurlijk bevallen in Franciscus Vlietland, met veel praktische informatie.

Accepteer de cookies op de cookie pagina om deze content te kunnen bekijken.

 

Voorbereiding

Mocht u in het ziekenhuis willen bevallen zijn er een aantal dingen die u zelf moet regelen/voorbereiden:

  • Burgerservicenummer
    Bevalt u poliklinisch (dus onder begeleiding van uw eigen verloskundige), registreert u dan voor de uitgerekende datum uw burgerservicenummer (BSN) bij het Afsprakenbureau in de Centrale Hal. Uw burgerservicenummer staat vermeld in uw legitimatiebewijs.
  • Kraamzorg
    Het is belangrijk dat er na de bevalling een kraamverzorgende bij u thuis komt. Zij helpt u met de verzorging van uw baby, verricht controles en doet in overleg een deel huishoudelijk werk.

Meldt u zich (ruim voor) de 12e zwangerschapsweek aan bij een kraamzorginstantie:

Careyn kraamzorg, tel 088-1239955 (www.careynkraamzorg.nl)
Kraamzorg de Eilanden, tel 010-2341851 (www.kraameiland.nl)
Kraamzorg Spijkenisse, 010 - 4161588

De bevalling

Hoe begint een bevalling?

Een bevalling is elke keer en bij iedere vrouw weer anders. Toch is er een aantal algemene dingen, waaraan te merken is dat de bevalling niet lang meer op zich zal laten wachten:

  • Verliezen van de slijmprop
    Bij het begin van de ontsluitingsfase kunt u een slijmprop verliezen uit de baarmoedermond. Dit geeft wat rode of bruine slijmerige afscheiding. Wel is het zo dat het verliezen van een slijmprop niet altijd betekent dat de bevalling snel begint. Het kan nog geruime tijd duren voordat de bevalling echt op gang komt
  • Weeën
    Weeën zijn regelmatige samentrekkingen van de baarmoeder en vaak een eerste aanwijzing dat de bevalling op gang komt. In het begin zijn de weeën nog onregelmatig, bijvoorbeeld iedere tien á twintig minuten en ze duren niet langer dan 15 tot 30 seconden. Goede ontsluitingsweeën komen om de twee á drie minuten en duren 40 tot 60 seconden
  • Vruchtwaterverlies
    Wanneer u helder vocht verliest waarover u geen controle heeft, dan kan het betekenen dat de vliezen zijn gebroken. Neem wanneer u onder controle bent bij de gynaecoloog altijd contact op met het ziekenhuis. Ook wanneer dit ’s nachts gebeurt. Bent u niet onder controle van een gynaecoloog, volg dan de richtlijnen van uw verloskundige op.

Kosten

Wanneer u ervoor kiest om poliklinisch te bevallen in het ziekenhuis, wordt een deel van de kosten vergoed en komt een deel voor eigen rekening. Een klinische bevalling wordt bijna altijd volledig vergoed. Informeer bij uw eigen zorgverzekeraar voor meer informatie.

Aankomst op de verloskamer

Bij aankomst in de verloskamer, zal een verpleegkundige u verwelkomen. Er wordt een aantal vragen aan u gesteld die voor u en voor ons van belang zijn om te weten. Ook zal de verpleegkundige luisteren naar de harttonen van uw kind en de weeën in de gaten houden. Wanneer dit nodig is doet zij dit met behulp van Cardio Toco Grafie (CTG). Het CTG apparaat registreert uw weeën en de hartslag van de baby.

Verloop van de bevalling op de verloskamer

Hoe uw bevalling precies zal gaan verlopen, kan niemand u voorspellen. Er zijn veel verschillende manieren om te bevallen. In Franciscus Vlietland kunt u zowel liggend als zittend bevallen. Ook bevallen op een baarkruk is mogelijk in overleg met de gynaecoloog of de verloskundige die uw bevalling leidt en wanneer uw toestand dit toelaat. Er is naast de verloskundige of gynaecoloog altijd een verpleegkundige of verzorgende bij de bevalling. Zij ondersteunen u tijdens de bevalling en staan voor u klaar om de bevalling zo aangenaam mogelijk te laten verlopen.

Pijnbestrijding

De duur en de ernst van de pijn tijdens een bevalling wisselen. Meestal neemt de pijn toe naarmate de ontsluiting vordert. De pijn is voornamelijk onder in de buik aanwezig en wordt ook in de rug gevoeld. Ook de pijn tijdens het persen verschilt: soms is het een opluchting om mee te mogen persen, soms doet persen juist het meeste pijn.

Ademhalings- en ontspanningsoefeningen kunnen helpen de weeën op te vangen. Dit kunt u al tijdens de zwangerschap in verschillende cursussen leren. Door geconcentreerd weeën ‘weg te zuchten’ komt u in een ritme waarbij het lichaam zelf stoffen aanmaakt die een pijnstillend effect hebben: endorfinen. Deze endorfinen zorgen ervoor dat de pijn te verdragen is.

Toch komt het regelmatig voor dat vrouwen de pijn onverdraaglijk vinden. Uitputting, angst of spanning kunnen een rol spelen. Een warme douche of bad of een andere houding kan dan vaak helpen. De pijn kan ook met medicijnen worden onderdrukt.In ons ziekenhuis zijn verschillende vormen van pijnbestrijding mogelijk. Afhankelijk van uw situatie beoordeelt de klinisch verloskundige samen met de gynaecoloog in overleg met u wat gewenst is.

Pijnbestrijding met een pompje (remifentanil)

Remifentanil is een moderne morfineachtige pijnstiller die continue toegediend wordt via een infuus met medicijnpomp. Het werkt snel. In tegenstelling tot pethidine is de werking van remifentanil binnen enkele minuten gestopt als de toediening wordt gestaakt. Aan de medicijnpomp zit een knopbediening die u zelf kunt gebruiken. Als de standaard hoeveelheid niet voldoende is, kunt u extra pijnstilling toedienen. U kunt geen overdosering toedienen, omdat het apparaat vergrendeld is tot een bepaalde hoeveelheid. Kort voordat u gaat persen wordt de pomp uitgezet.

Ruggenprik (epidurale pijnbestrijding)

Bij de ruggenprik spuit de anesthesioloog via een dun slangetje (katheter) verdovingsvloeistof in de ruimte tussen de ruggenwervels: de epidurale ruimte. Hier lopen zenuwen die pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem vervoeren. Als deze zenuwen worden uitgeschakeld, voelt u de pijn van de weeën niet meer.
Behalve de pijnzenuwen lopen in deze ruimte ook zenuwen die de spieren in het onderlichaam aansturen. Na een ruggenprik kan dus ook de spierkracht in de benen tijdelijk afnemen. Bovendien krijgt u minder gevoel in benen en onderbuik.

Pijnbestrijding met een prikje in het been (pethidine)

Pethidine wordt gegeven via een injectie in uw bovenbeen of bil. Na ongeveer een kwartier gaat u het effect voelen: de pijn wordt minder en vaak kunt u zich daardoor ontspannen tussen de weeën door. Sommige vrouwen soezen weg of slapen zelfs. Het middel werkt 2 tot 4 uur. Pethidine wordt met name gegeven wanneer de bevalling nog niet doorzet als time-out en wordt soms gecombineerd met een slaapmiddel.

Ingrepen tijdens de bevalling

Inleiden

Hiermee bedoelen we dat de bevalling kunstmatig op gang wordt gebracht. Dit gebeurt alleen wanneer hier een aanleiding voor is, bijvoorbeeld als de zwangerschap langer dan 41 weken duurt (serotiniteit). Dit wordt vooraf met u besproken. Er zijn drie manieren van inleiden:

  • Tabletten. Deze tabletten worden in de vagina ingebracht. Zij zorgen ervoor dat de baarmoedermond rijp wordt.

  • Balloncatheter. Hierbij wordt een slangetje door de baarmoedermond geschoven. Aan het eind hiervan zit een ballonnetje wat gevuld wordt met water. Door de druk van het gevulde ballonnetje ontstaat er ontsluiting. Dit duurt meestal een dag, soms twee.

  • Infuus. Via een pomp, die is aangesloten op een infuus, krijgt u een weeënopwekkend middel toegediend. Tijdens het inleiden worden met behulp van het CTG apparaat de harttonen van de baby en de weeën geregistreerd.

Vacuüm

Bij een vacuümextractie plaatst de gynaecoloog een metalen of plastic cupje op het hoofdje van de baby. Door de lucht uit de cup weg te pompen, zuigt het zich vast aan het hoofdje. Als er dan een wee komt, kan de gynaecoloog helpen de baby geboren te laten worden door mee te trekken.

Tang

Bij een tang moet u niet aan een echte tang denken. Het zijn twee lepels die aan weerszijden van het hoofdje van de baby worden gelegd. Op deze manier helpt de gynaecoloog ook een handje mee om de baby geboren te laten worden.

Knip

Het kan nodig zijn om de opening waar de baby doorheen moet, iets wijder te maken door een knip te geven. De medische term hiervoor is ‘episiotomie’. Dit gebeurt, evenals het hechten, onder plaatselijke verdoving.

Keizersnede

Wanneer de baby niet via de natuurlijke weg geboren kan worden of wanneer snelheid een vereiste is, komt de baby operatief ter wereld. Lees hier meer over de keizersnede.

Na de geboorte

Na de geboorte van uw baby moet ook de moederkoek (placenta) geboren worden. U krijgt hiervoor een injectie in uw been, of medicijnen in het infuus. Dit medicijn (oxytocine) zorgt ervoor dat uw baarmoeder goed samentrekt, waardoor de moederkoek loslaat. Wanneer dit achter de rug is, wordt uw baby onderzocht door de verloskundige. Mocht het nodig zijn, dan kijkt ook de kinderarts uw kind na.

De baby wordt door de verpleegkundige, in overleg met u, gewassen en aangekleed. Als de moeder borstvoeding geeft wordt ernaar gestreefd uw baby binnen één uur aan de borst te leggen. Gedurende uw verblijf in het ziekenhuis letten de verloskundige en de kinderarts onder andere op de temperatuur van uw baby. Zodra uw conditie het toelaat kunt u zelf, of eventueel samen met uw partner, de baby baden en verzorgen.

Het is belangrijk dat u ongeveer binnen vier uur na de bevalling geplast heeft. Met een volle blaas kan de baarmoeder namelijk niet goed samentrekken, waardoor u meer gaat vloeien.

Bij een poliklinische bevalling zonder complicaties gaat u in principe dezelfde dag nog naar huis. Soms is het nodig om tijdelijk te verblijven op de kraamafdeling.

 

Om franciscus.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid