Doorgaan naar hoofdinhoud

Begeleiding tijdens zwangerschap

De meeste vrouwen worden tijdens hun zwangerschap begeleid door een verloskundige, maar soms moet u naar de gynaecoloog in het ziekenhuis. De verloskundige kan u doorverwijzen. 

De gynaecoloog begeleidt vrouwen tijdens de zwangerschap en de bevalling als er bijzondere omstandigheden zijn. Bijvoorbeeld als een zwangere vrouw suikerziekte heeft, er een keizersnede nodig is of er een te hoge bloeddruk is. Als er geen medische noodzaak is, dan stellen gynaecologen meestal voor dat u weer naar de verloskundige teruggaat. 

Prenatale screening

Tijdens de zwangerschap kan al onderzoek worden gedaan naar afwijkingen. Dit wordt prenatale (voor de geboorte) screening genoemd. U kiest zelf of u dit onderzoek wilt.

13 wekenecho
Bij de 13 wekenecho is uw kind kleiner en minder ver ontwikkeld dan bij de 20 wekenecho. Bij de 13 wekenecho wordt er gekeken naar lichamelijke afwijkingen. Sommige (ernstige) afwijkingen kunnen dan te zien zijn. Bij deze echo wordt er niet gekeken naar het geslacht van het kind. Dit gebeurt pas bij de 20 wekenecho.

20 wekenecho
Bij de 20 wekenecho wordt uw kindje van top tot teen bekeken en gecontroleerd op eventuele aangeboren afwijkingen. Het hoofddoel van de 20 weken echo is onderzoek naar de aanwezigheid van een open rug of een open schedel. Bij deze echo wordt gekeken naar de ontwikkeling van de organen van uw kind. Tijdens het onderzoek kunnen ook andere lichamelijke afwijkingen worden gezien (bijvoorbeeld waterhoofd, hartafwijkingen, breuk of gat in het middenrif, breuk of gat in de buikwand, afwezigheid of afwijkingen van de nieren, afwijkende ontwikkeling van de botten, afwijkingen van armen of benen). Verder wordt gekeken of het kind goed groeit en of er voldoende vruchtwater is.

Lees meer over de 13 wekenecho en de 20 wekenecho in de folder van het RIVM.

Screening op down-, edwards- en patausyndroom
Met dit onderzoek kunt u laten onderzoeken (screenen) hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft. Dit onderzoek gebeurt al vroeg in de zwangerschap.

U kunt kiezen uit twee verschillende testen:

1. De combinatietest
Dit bestaat uit een bloedonderzoek bij de zwangere en echo-onderzoek van het kind. Het onderzoek kan tussen 9 en 14 weken zwangerschap. De combinatietest berekent hoe groot de kans is dat uw kind down-, edwards- of patausyndroom heeft.

2. De NIPT
Deze vorm van onderzoek is een bloedonderzoek die wordt uitgevoerd bij de zwangere. De NIPT is een chromosoomonderzoek en kan vanaf 11 weken zwangerschap. De NIPT toont aan of er een aanwijzing is dat het kind een down-, edwards- of patausyndroom heeft.

Lees meer over de screening op down-, edwards- en patausyndroom in de folder van het RIVM.

Ongunstige testuitslag
Bij een ongunstige testuitslag kunt u ervoor kiezen om een vervolgonderzoek te laten doen. U kunt ook niets doen en afwachten. Uw besluit heeft geen invloed op de zorg tijdens de zwangerschap en bevalling.

Op de website www.pns.nl van het RIVM vindt u meer informatie over prenatale screening.

Om franciscus.nl goed te laten functioneren maken we gebruik van cookies. Bekijk ons cookiebeleid